Een wens voor oud & nieuw

24 december 2020 § Een reactie plaatsen

2020. Wat een bizar jaar. Zegt iedereen, en dus ik ook.

Een jaar waarin iedereen van alles anders moest doen.

Alleen deden ze dat niet. Anderhalve meter afhouden, bedoel ik. Niet heel velen, tenminste.

Dus heb ik maar geleerd om van alles anders te doen. Zoals wandelen.

Ik had al wat ervaring, na 35 jaar wandel- en trektochten all over the world. Maar toch. Wandelingen van 8 kilometer maken door de drukst bevolkte stad van Europa is een andere tak-van-wandelsport.

Oude technieken heb ik nieuw aan leren passen. Zoals intervallen. Temporiseren om de katers uit de boom te kijken. Harmonica-stoppen. Sudden death. Korte sprints trekken. Tempo lopen om een ander voor te blijven. En vooral: slalommen.

Ook heb ik heel wat nieuwe techniekjes aangeleerd dit jaar. Een autotje omlopen bijvoorbeeld. De goede kant van het parkeervak kiezen. Of aflopen op een obstakel en net op tijd de juiste hoek kiezen. Een beetje zoals de keeper bij een strafschop.

Is dat niet wat overdreven van mij? Buiten kan je ‘het’ toch niet oplopen? Ik hoop het. Maar ik neem, zoals bij alles, liever wat marge.

Ik wens je veel bewegings-wijsheid in 20&21.

Op vakantie in eigen land: een driegangenmenu

1 september 2020 § Een reactie plaatsen

Daar gaan we dan! Lekker weg in eigen land, vooral omdat de grenzen toch bijna niet zijn over te steken in dit ramp-jaar. Geen 2 weken Roemenië en Bulgarije. Maar hier is ook veel te doen en te zien! (Iemand zei ooit dat ik geen reclameteksten kan schrijven. Zou hij gelijk hebben?)

DL I: Het  amuse guele: naar het zonnige zuiden

Zo, dat was het voorafje van mijn werkvakantie. Het had een bitterzoet smaakje. Het bittere zat vooral aan het begin, bij de rit naar Venlo. De A2 stond vast tussen Utrecht en Den Bosch. Omrijden via de A27 en A15 werd aangeraden. Je raad het al .. die stond ook vast, toen ik er op zat. Na veel starten en stoppen lang wachten tot ik weer de A2 op kon. Maar na Den Bosch reed het beter. Dan de A67 .. 45 kilometer vrachtrijbaan. Krankzinnig, zeker als ze elkaar gaan inhalen. Uiteindelijk werd het een halfuur later. Valt nog mee.

Het Campanile hotel in Venlo is iets voor hoogstens een nacht. Kleine kamers, 3 bij 4 meter, met nog wel iets van een ligbadje. Maar geen airco en haperende ventilatie! En verder alleen een raam dat gelukkig open kon. Nu ja, improviseren hoort bij mijn vakanties. Nog iets van de Maaskant gezien tijdens het dinerbezoek in de Venlose binnenstad.

De volgende dag naar Well, een van de kasteeldorpjes aan de Maas. Pittoresk, en normaal vrij toeristisch (maar nu dus niet). Het leukste was de bakker in het dorp: ze verkopen ook koffie en kuchen, en het hele dorp komt er brood halen. Lange rijen. Waar ik rustig tussen kwam staan. De wandeling door de Maasduinen was vrij eentonig en wat zwaar door de zandgrond.

Bijkomen van al die inspanningen dus, in een lekker luxe hotel. Waar? V. te C. Met ruime standaard-kamers, ruim ligbad en douche. En werkende airco. Wel druk in het restaurant, maar ze konden het aan. Alleen jammer van die mug die me in m’n pols heeft gestoken …

DL II: Op naar het Hoge Noorden.

En wat een mooie plekken zijn daar nog! Neem A. mijn eerste gang van de hoofdmaaltijd. Een typisch Fries kerkdorp, maar wel met een hele mooie kerk, en een molen erbij. Te bereiken na ontelbaar veel verkeerspleintjes op Friese binnenwegen langs boom en loof. En dan, plotseling: het brede weiland, met zeelucht als je het raampje openzet. Je nadert het Lauwersmeer. Ik zat er in een prachtig klein hotel (nee, geen namen dan zit het zo vol) met vriendelijke bediening. Voor de airco gebruiken ze een apparaat op ijsblokjes, die 2 jongens elke 5 uur komen verversen. Goed bedoeld, en het werkt als het nog geen 30 graden is. Dat was het dan ook op die hele dag dat ik er was, en een rondwandeling maakte op aanwijzingen van de Groene Wissel. Dat werkte heel goed, want ik zag zo 3 kerken, 2 roofvogels, 1 pretpark (E., nagebouwde Goudse straatjes door Landal Greenparks met een treurige kermisuitbater voor een lege python), en een prachtige schapendijk met magnifiek uitzicht op het Lauwersmeer. Erg mooi, volgend jaar bied ik de wandeling aan bij een van ‘mijn’ wandelgroepen.

Toen naar Delfzijl, via de zuidkant van het Lauwersmeer. Weer, want vorig jaar was ik er ook al. Maar eerst een tussenstop bij het Kollumeroord. Staatsbosbeheer heeft daar verschillende wandelroutes uitgezet. Ik kwam terecht bij eentje die begon bij een natuurcamping (met koffie, gelukkig). Wandeling van anderhalf uur door het Diepsterbos naar het uitkijkpunt voor vogelaars. Waar ik werd weggekeken door enkele zure .. vogelaars.

Door naar het uiterste punt, Delfzijl, via Rodeschool. Vorig jaar onbereikbaar door een plotse wegomlegging. Mooi straatdorp, veel rode steen inderdaad. In Delfzijl ging ik ‘natuurlijk’ naar de zeedijk, daar ligt al enige jaren het Eemshotel. Enkele tientallen meters in het water, op palen. Prachtig! Net alsof je op een boot zit. Met eigen kajuit. Kajuitje, zeg maar liever. De kamer was zo groot als een grote klerenkast. Toch knap dat ze er alles in hadden gekregen, inclusief (krakend) ligbad. Helaas was het te warm voor een bad, zeker de 2e nacht. Omgekeerd liggen, met het hoofd in de zelf meegebrachte ventilator (tip!) nog redelijk goed geslapen.

’s Ochtends vroeg, na een goede vismaaltijd in het restaurant van Delfzijl: de Boegschroef, een concert van de vele, vele wad- en badvogels. Precies om 09.00 het hotel uit, voor de 1e etappe van het Kustpad, editie 3. Tropenrooster, voor de aangekondigde hitte uit. Alleen op kaart deze keer, van het Wandelnet. Goed te doen. Een magnifieke 5 kilometer langs de zeedijk in de frisse ochtendlucht. Praatje gemaakt met wat mensen onder aan de dijk. Terug naar de villawijken van Delfzijl via de dorpen Uitwierde en Biessum. Nog een babbel met enkele locals die om 12.30 al stevig aan de pils ‘zatten’ op deze hete dag. Het is een compleet andere wereld, waar je in stapt, op ruim 2 uur rijden van de Randstad. Conclusie: een hoofdmaaltijd met 2 zeer geslaagde en passende ingrediënten!

DL III: Het Toetje – de hei op.

Zuid, Noord, .. zelf woon ik in het Westen, dus dan blijft Oost over. Het Verre Oosten dan, want ik zoek de uithoeken graag op. Je bent een grensgeval, inderdaad. Of een verlate romanticus. Laat ik er maar geen doekje om winden: het viel wat tegen, dit toetje. De aankomst in Zuid-Oost Drenthe niet. Een afslag eerder van de snelweg gedrukt door werkzaamheden schijnen de eindeloze einders je tegemoet. Door een streek waar alles kaarsrecht loopt, wegen en vaarten is het net alsof je in de jaren ’60 bent. Op een prettige manier, dan. Een weldadige rust en gemoedelijkheid komt je tegemoet. Gevels die je nergens anders meer ziet. Ophaalbruggen. Eindeloze straat-dorpen, zoals Erica. Een pastorie met zeer vriendelijke vrijwilligers, die krentenmik met koffie serveren alsof ze dat hun hele leven al doen. Struinen over de zuidelijke hei van het Schoonebeekerveld, stoppelig en kuilig met amper een paadje. Dat is (net) echt leven als een schaapherder! (Foto met dank aan Joop van Zeeland)

Maar dan het Amsterdamse Veld. Het uitgestrekte heidegebied, vlak aan de Duitse grens blijkt te zijn ingekaderd met betonbanen en paaltjes aan beide kanten. Waar een jaar geleden nog zandpaadjes waren. Waarom? Voor de hordes fietsende ouderen uit de Randstad, die hier van hun rust willen genieten. Daarom gaan ze elk najaar massaal ‘de hei op’.

Het lijkt nu meer Schiphol-Oost, met al die betonbanen waartussen nog wat heideveldjes. Natuurlijk, ook de bewoners van deze streek moeten hun geld ergens mee verdienen. Maar als je het te grootschalig aanpakt, verdwijnt juist datgene wat het aantrekkelijk maakt: het oorspronkelijke. Dat dilemma speelt overal, van bergdorpen in de Andes tot vissersdorpen in ZO-Azië en Griekenland. En nu dus ook op de Drentse heide. Misschien moet ik blij zijn dat ik het nog net heb gezien voor de hotelketens het hier voor het zeggen hebben, in plaats van de paddenstoelen. Overigens, heerlijk overnacht in de V. te E., maar ik had misschien beter in de pastorie – het Veenloopcentrum – van Weiteveen kunnen overnachten. Een B&B met hele goede recenties. Een aanrader voor puristen, zolang het nog kan!

Het pakje

20 december 2019 § Een reactie plaatsen

Trouwe lezers van deze blog (…) weten dat ik er geen fan van ben, pakketten laten bezorgen. En kijk: sinds de ophef over de film Sorry We Missed You heb ik opeens vele medestanders. Meer zelf halen, het slaat 2 ongezonde vliegen in een klap: « Lees de rest van dit artikel »

Een overnachtingsverslag vanuit het Klooster Redemptionisten Wittem

8 maart 2019 § Een reactie plaatsen

Na een tijdje wachten opende de massief eikenhouten deur zich, en een oudere vrouw stond in de opening. Ze verontschuldigde zich voor het wachten, ze was gisteren gevallen. Een groot deel van haar leven was ze .. « Lees de rest van dit artikel »

Ode aan de Wintertijd

29 oktober 2018 § Een reactie plaatsen

Kijk, het is ineens weer licht in de ochtend.Natuurschilderijtje

Nu zijn er toch wel meer files, vraag presentator Bas hoopvol. Kennelijk een avondmens.

Nee dat is eind maart, als de zomertijd begint. Dan is het opeens weer een uur langer donker in de ochtend, Bas. Krijg je die opkomende zon in je gezicht. Rijden we nog meer tegen elkaar aan dan we anders al doen.

Nu hebben we weer licht in de ochend, en langer de sterrenhemel in de avond.

Meer tijd om naar de Maan te kijken. En om te schemeren. Als u daarvan houdt. Hmmm.

Wat? U kunt korter trainen door die donkerte?

In de ochtend heeft u een extra uur om te trainen, NOC * NSF.

Dat is tweemaal trainen per dag.

Een heus intervalschema.

Deden ze vroeger trouwens ook zo.

Niet zo framen tegen die wintertijd aub. Politici en media, met avond- en nachtelijke bestaans.

Natuurlijk: de wintertijd (onze normale geografische tijd) heeft ook nadelen.

Als je halverwege juni om halfvier in de ochtend de kroeg uit komt, is het al licht.

Bah. Moet je dat willen, met je zonnebril bij je ‘op café’ gaan?

Maar het is gunstiger voor die arme amateursporters.

Een uur langer trainen tussen 5 en 6.

En dan 12 uur later nog een keer.

En die zomerfeesten en barbeques dan?

Tot 22 uur is het licht in de zomer als we onze normale wintertijd aanhouden.

Ook is het erg romantisch om met een half-verkoold stuk vlees in je hand naar de ondergaande zon te kijken.

Doet denken aan heel vroegere tijden.

O zit ik nu te framen?

Ja, klopt. Geef mij maar de wintertijd.

Wie is nu eigenlijk een werknemer?

1 december 2016 § Een reactie plaatsen

En wie is dan een echte zelfstandige, zou je erachter kunnen zeggen.Is het de Zielige Zelfstandige Ploeteraar, door zijn ‘baas’ uitgeknepen en naar huis gestuurd om tegen een hongerloontje zijn ex-collega’s te beconcurreren? Of is het de bewust-Zelfstandige Poenverdiener die het liever zelf doet en zelf regelt, mits hij daar de kans voor krijgt?

Ik was tien jaar werknemer (in tijdelijke diensten), en al met al ben ik ruim tien jaar zelfstandige. Laat ik vanuit mijn eigen ervaringen proberen om wat ordening aan te brengen in de almaar uitdijende spraakverwarring over het onderwerp.

Niet een pot nat

Ik denk NIET dat werknemers en zelfstandigen dezelfde soort werkende mensen zijn. Net zoals we nu ontdekken dat er meerdere afsplitsingen van het geslacht Homo waren, zijn werknemers en freelancers verschillende subsoorten van de Werkende Mens. Laat me dat illustreren met enkele voorbeelden uit eigen waarneming:

  • Kerstpakketten. Een werknemer is boos en verdrietig als hij die niet krijgt. Op zijn werkgever, zijn ‘baas’ die hem kennelijk niet erg waardeert. Een zelfstandig ondernemer breng je in verlegenheid met een kerstpakket. Hij herinnert zich dat hij bijna was vergeten om er zelf een te sturen aan zijn goede opdrachtgevers en zijn veelbelovende prospects. Eenzelfde scheiding is aan te brengen bij vergoeding van reiskosten, lekkere broodjes in de kantine, adviezen over hoe gezond te leven, personeelsuitjes, …. Werknemers verlangen hiernaar. Zien het als blijk van waardering. Zelfstandigen voelen zich opgelaten als ze hiermee worden geconfronteerd. “Dat regel ik liever zelf”, denken zij.
  • Een werknemer moet zich gedragen als ‘goed werknemer’. Staat in het Burgerlijk Wetboek. Dat wil onder meer zeggen: redelijke opdrachten van zijn werkgever moet hij uitvoeren. Werkgever die zegt: graag over 2 dagen om 8.00 aanwezig zijn op bijeenkomst X, in plaats Y (aan de andere kant van het land), daar wordt meer verteld over project Z. Geen redelijk ingewerkte en ervaren werknemer die dat zal weigeren. Hij kijkt wel uit. Oké, beetje gezucht en gemor over vergoeden van reiskosten misschien. Misschien nog een belangstellende vraag als hij niets weet van project Z. Zelfde situatie, nu is het een freelancer. Eerste vraag die hij/zij zal stellen: waarom? Volgende vraag: hoeveel kan ik hiervoor in rekening brengen? Want het is meerwerk. Tenzij hij is ingehuurd voor project Z, maar dan zal hij zelf al vervoer naar Y hebben geregeld en die tijd hebben geblokt in zijn agenda. En dan krijgt de opdrachtgever meestal ook geen rekening voor die aanwezigheid. Komen er onvoldoende antwoorden in de ogen van de zelfstandige? Dan is hij niet aanwezig, en begint hij gewoon met project Z.

Uw voelt ‘m misschien al een beetje? Zelfstandigen en werknemers zijn verschillende typen werkende mensen. Een werknemer levert een inspanningsverplichting, en krijgt daar een periodiek loon voor. Ongeacht het resultaat van die inspanningen. Een zelfstandige werkt naar een resultaat toe. Hoe hij dat doet, bepaalt hij grotendeels zelf. Hij doet en laat alles dat hij daarvoor nodig vindt. Het is een zelfstarter. Van zijn acquisitiebeleid tot en met zijn postzegels. Hij vindt dat leuk, zelf uitzoeken hoe iets (beter) kan. Het is een ondernemend persoon. Een werknemer niet. Die wil graag de zekerheid dat hij door kan werken zonder al dat ‘gedoe’. Wil zich concentreren op zijn vak, daarin beter worden en de rest mag door anderen worden geregeld. En een werkgever wil graag de zekerheid dat zijn vaste mensen hem blijven steunen, door dik en dun. Loyaal zijn aan hem, niet aan hun eigen winkeltje.

Uitgroeien11-cave-man

Natuurlijk zijn dit stereotypen. Heel veel werkende mensen zijn een mengvorm tussen beide. Een klassiek pad is: uitgroeien naar een zelfstandige, na tien(tallen) jaren in loondienst. En dat werkt vaak ook goed, juist door dat woord ‘uitgroeien’. Want dan doen ze het zelf. Daarom werkt het volgende niet: werknemers behandelen als ondernemers, en ondernemers als werknemers. Dat kan je niet opleggen. Daarvoor zijn ze toch net iets te verschillend.

Fiscaal zijn we er al

Hoe zich dit alles vertaalt in fiscaal beleid? Dat is al gebeurd, met de opkomst van de freelancer in de jaren ’90 en de fiscale aftrekposten (zelfstandigenaftrek, MKB-vrijstelling, startersaftrek de eerste 3 jaren). Die verdienen dus bescherming, want dat geld heeft de freelancer nodig. Voor zijn pensioen, scholing, vakantie, verzekeringen (soms ook aov), buffer tegen onvoorzien, leegloop, enzovoorts. Dat kan bijvoorbeeld behouden blijven door in cao’s minimumtarieven af te spreken, die bij een gemiddelde omzet in de branche deze aftrekken vrijlaten voor de zelfstandige zelf. Die dan zelfstandig en verantwoordelijk genoeg is om dat geld ook goed aan te wenden. Afschaffen van die aftrekken leidt alleen maar tot meer armoede onder zzp’ers, zeker op de langere termijn. Overigens betalen de meeste freelancers ook inkomstenbelasting na deze aftrekken kan ik u verzekeren. Dus we betalen ook mee aan de collectiviteit die we soms helaas moeten gebruiken.

Wanneer zelfstandig genoeg?

Het lastigste is om het kwalitatieve onderscheid in karakter tussen de freelancende zelfdoener en de werknemende loonafhankelijke recht te doen. Wanneer doe je het nu voldoende zelf om zzp’er genoemd te kunnen worden? Dat is een waardeoordeel. Misschien is het wel de beste (of minst slechte) oplossing als de zelfstandige hier zelf een keuze maakt. (U voelde al aankomen dat ik dit zou zeggen…) Een mogelijkheid is het Voorstel Rechtspositie Zelfstandige Ondernemers van Stichting ZZP Nederland. Toch liever een kwantitatieve grens? Zelf voel ik dan het meeste voor deze regel. Een zzp’er:

  • Heeft minstens 2 verschillende opdrachtgevers binnen twee kalenderjaren;
  • Bij geen van zijn opdrachtgevers verdient hij meer dan 70 procent van zijn inkomsten.

Waarbij ik opdrachtgever omschrijf als een echt onafhankelijk bedrijf, dus geen dochters, onderaannemers, uitzend- of payrollconstructies. Hier heeft de Belastingdienst vast wel een sluitende omschrijving van. Waarom deze grenzen? Het dwingt je om te blijven zoeken naar nieuwe klanten en opdrachten. Een wezenlijk kenmerk van de echte zelfstandige. Iemand die dat is uit eigen vrije wil.

‘Toplaag had niet helemaal de juiste kleur’

7 september 2016 § Een reactie plaatsen

Hoe lang doet de Dienst Infra van Amsterdam er, samen met een ingenieursbureau over om een straatje van honderd meter te asfalteren en betegelen? Het antwoord daarop moet ik u schuldig blijven, maar het werk moet u niet onderschatten.

Kennelijk niet, want de Dienst is al sinds 13 mei bezig (het is nu eind augustus). Ruim drie maanden wordt er dus gegraven, geplet, gewalst, gestort, en.. u raadt het: de volgende dag begint het werk weer opnieuw. Tegels van het trottoir gaan erin, en ze gaan er net zo makkelijk weer uit. Een folklore waar alle Amsterdammers van tijd tot tijd mee te maken krijgen, maar zo bont als voor mijn stoep … had ik het nog niet meegemaakt.bouwwerker

Want voor die 13e mei waren de gravers ook al bezig, op hetzelfde stuk straat, met de open-en-dichtvoorstelling inderdaad, maar toen moest er glasvezel worden doorgetrokken. En omdat dit land minstens 5 verschillende telefonmaatschappijen telt, moest die straat dus ook 5 keer …. U raadt het al. Dus de overlast voor de bewoners duurt al vier maanden. Maar ja die eerste maand, daar kunnen wij niets aan doen.

Prachtig spektakel

Goed, na drie maanden ploeteren en een nachtelijke sessie met een frees door de straat (erg aan te bevelen voor de mensen die lijden aan slapeloosheid, prachtig spektakel), was het halverwege augustus dan zover: straat, fietspad en trottoir waren voorzien van de juiste bestrating. Zou je denken. Want de mensen die al wat langer in de hoofdstad wonen weten wat er dan meestal gebeurt. Het moet nog zeker eenmaal overnieuw.helm-bouw (En dat valt nog erg mee: de stoep in het kleine straatje voor mijn huis – 100 meter lang is in die vier maanden meer dan 20 keer open en dichtgegooid. Je kunt tenslotte geen opengebroken straat een nacht laten liggen in de stad, er moeten mensen langs. En over telefoonmaatschappijen heeft de gemeente niets te zeggen.)

De omgevingsmanager

Niet alleen de stoep, ook het fietspad valt dat lot ten deel. Waarom, zou je als leek zeggen? Er zitten geen gaten of kuilen in, mooi glad asfalt, prima te berijden, ook voor de colonnes fietsers die zich dagelijks door mijn straat persen. Dus legde ik die vraag voor aan iemand die er verstand van heeft: de omgevingsmanager. Haar antwoord en de aansluitende conversatie wil ik u niet onthouden:

“De toplaag van het asfalt moet eraf. Het asfalt heeft de verkeerde kleur rood, dat ziet u toch zelf ook wel?”

“Nou nee, ik zie dat niet. Misschien moet je daar voor hebben gestudeerd?”

“Zelfs als je daar niet voor hebt geleerd, kan je dat duidelijk zien, hoor.”

“Van mij mag u de rest van uw werkende leven dat asfalt vervangen, mijn bezwaar is de herrie die u ermee maakt.”

Waarop iets onduidelijks volgde over machines die nu eenmaal geluid produceren. En over drilboren die nodig zijn om asfalt los te maken en putjes vrij te leggen.

Het eind van het verhaal? Een nieuwe toplaag, inderdaad. In precies dezelfde kleur als de oude, als je het mij vraagt. Maar ja, wat weet ik daarvan. Ik heb er niet voor geleerd.

Duurzaamheid, of: de kleine dingen die het doen…

27 mei 2016 § 1 reactie

Ja, vreselijk dat liedje. Ik weet niet wie het zong, en wil het niet weten ook. Maar het gaat wel op voor dat eerste woord in de aanhef, een heerlijk-populair modewoord. Ik moest er spontaan aan denken toen ik vanochtend aangereikt per koerier mijn nieuwe inlegzolen voor mijn wandelschoenen ontving. Die heb ik moeten bestellen over het internet, want dat soort basics liggen niet meer in de winkel. Waar ik wel moest zijn voor andere inkopen, dus ik was er toch en had net zo goed direct die dingen, maar… zo werkt dat nu eenmaal niet. « Lees de rest van dit artikel »

Verhaal halen

8 april 2015 § 1 reactie

“Je moet een verhaal te vertellen hebben!” Inmiddels is het wat over zijn hoogtepunt heen, maar een jaartje geleden werden we dood-gegooid met die kreet. Zonder “verhaal” blijven je bezoekers, abonnees, kijkers en luisteraars niet. Zit wat in, en ik ga dan al snel denken waar je de beste verhalen kunt vinden. Want het is duidelijk een kunst, net zoals schilderen, behangen en auto rijden. O ja, en ook schrijven. Velen kunnen het, een beetje. Maar weinigen beheersen het echt tot in de finesses.

 

Zo kwam ik op Iran. Vroeger heette dat land Perzië, en weer eerder… Maar ik dwaal al weer af. In maart waren er in een weekend twee Iraanse films op Canvas, dat is dat Belgische kanaal waar u niet naar kijkt. Ik wel, en zeker als er Iraanse films op zijn te zien. Zeker als het er twee in een weekend zijn. Want uit dat land komen opvallend veel films waarin een echt, scherp verhaal wordt verteld. Maar je ziet ze bijna nooit hier. Want Iran… dat blijft toch een beetje eng.

 

Jammer, want verhalen vertellen, dat kunnen ze als de besten in Iran. Gaat terug op een oude traditie toen het land nog Mesopotamië heette. Toen was er nog geen teevee, social en koffieapparaten. De mensen moesten elkaar zien te vermak.. Ik dwaal alweer af. Maar u voelt ‘m al? Dat is een van de trucjes die ze vaak toepassen, die wereldkampioenen verhalen vertellen. Spanning opbouwen. Een van die films uit dat weekend, Elly, deed dat tot in het ultieme. Een uur bijna duurde het gedraal, ge-niks, gefeest en geleut. Maar toen. Gebeurde het. IJselijk. Hitchcock. En dat bleef maar zo. Sterker nog, het werd alleen maar erger. Ze bleek op de vlucht voor haar verloofde. En die hadden ze een leugentje om bestwil verteld. Maar die vent bleek zelf … Weer een complicatie erbij. Alles werd uit de kast gehaald.

 

Natuurlijk kan het ook anders. U zou ‘m al snel doorhebben als de spanningsboog het enige trucje was. Je kunt ook een ui gaan afpellen. Moeilijk beginnen, en dan blijkt het uiteindelijk om iets eenvoudigs te draaien. Dat was meer de verteltrend in die andere film van dat weekend, A Separation. Dat je om zoiets eenvoudigs …

 

Vasthouden aan de kern kan ook. Of is het nou terugkeren? Kan allebei. Het vijfde seizoen doet zoiets. Prachtige film van Rafi Pitts, een van de meest ondergewaardeerde regisseurs vind ik. Die film begint met een wiel, en hij eindigt ermee. Zit ook veel symboliek in. En daar zijn ze ook erg sterk in, die Iraanse filmers. Zet je aan het denken. Dat is misschien wel het trucje dat ze het meest toepassen: spiegelen. Laat een ander, van wie je het niet verwacht, iets vreemds doen. Dat helpt bij het nadenken. Veruit het meest ijzingwekkende voorbeeldis A Taste of Cherry. Ik heb me nog nooit zo genept gevoeld. Je moet eerst verbijsterd zijn en kwaad worden voordat je om dat einde kunt lachen. Maar ja, dat heeft Kiarostami wel vaker gedaan met Close Up. Of is het beste voorbeeld van spiegelen toch die prachtige film De Appel? Hangt van het publiek af, westerlingen halen daar andere levenslessen uit dan Iraniërs en orthodox levende moslims, denk ik. Wij hebben dan iets meer aan Kandahar, ook van Mokhsen Makhbalaf geloof ik. Hoewel die film ook niet erg complimenteus is voor orthodoxen. Nu ja, laat ik er niet teveel bij halen, deed Pitts ook niet in zijn ijzingwekkende Hunter. Die focust op de kern, begint eenvoudig, eindigt ook zo, maar de dubbele spiegel aan het eind, daar ben ik nog van aan het bijkomen. O u hangt nu ook al in de touwen? Nu ja, je moet toch een verhaal hebben?

(deze blog heeft met opzet geen foto’s, plaatjes, vet, cursief of tussenkoppen. Dat leidt maar af. Van het echte ‘verhaal’, inderdaad. U heeft ‘m door…)

Ik zie er geen B1 in!

20 februari 2015 § 1 reactie

Het is een van de boemerangs in ons communicatieland: teksten die ‘iedereen’ moet snappen, moet je op B1-niveau schrijven. Een mantra dat al zeker 5 jaar soms weer de kop opsteekt. Het lijkt me niet te versmaden « Lees de rest van dit artikel »